Fiscale duidelijkheid over onkostenvergoedingen aan vrijwilligers in sportverenigingen
Bij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.
Wanneer een sportvereniging (meer bepaald voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal) kiest voor de forfaitaire onkostenvergoeding, wordt zij geconfronteerd met twee regelingen die verschillende maxima oplegden. Tot voor kort heerste totale onduidelijkheid welke regeling toegepast diende te worden: de algemene regeling of de voor deze ploegsporten specifieke regeling (met in de meeste gevallen lagere maxima dan in de algemene regeling)?
De administratie heeft licht in de duisternis gebracht door in haar circulaire van 6 januari 2010 (AOIF nr. 2/2010) een duidelijk standpunt in te nemen.
Bij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.
Wanneer een sportvereniging (meer bepaald voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal) kiest voor de forfaitaire onkostenvergoeding, wordt zij geconfronteerd met twee regelingen die verschillende maxima oplegden. Tot voor kort heerste totale onduidelijkheid welke regeling toegepast diende te worden: de algemene regeling of de voor deze ploegsporten specifieke regeling (met in de meeste gevallen lagere maxima dan in de algemene regeling)?
De administratie heeft licht in de duisternis gebracht door in haar circulaire van 6 januari 2010 (AOIF nr. 2/2010) een duidelijk standpunt in te nemen.
Vaak wordt de vraag gesteld of aan het oprichten van een VZW enig risico verbonden is en of de leden van de VZW aansprakelijk zijn ?
De Wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010) introduceert een nieuwe Titel IIIbis “Inbreng om niet van een algemeenheid of van een bedrijfstak” in de VZW-Wet.
Een internationale vereniging zonder winstoogmerk, afgekort IVZW, is de vorm bij uitstek voor de vereniging die een belangrijke internationale werking ontplooit.
De nieuwe Europese richtlijn inzake grensoverschrijdende dienstverrichtingen, de zogenaamde “VAT Package” die in voege is vanaf 1 januari 2010, heeft ook gevolgen voor VZW’s die tot op heden gemengde BTW-belastingplichtige zijn of die volledig vrijgesteld zijn conform artikel 44 van het BTW-wetboek.
Bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten (inhoudingsplicht van 18 %) bestaat de mogelijkheid tot aftrek van “produktiekosten”.
In samenwerking met dé opleidingspecialist voor openbare besturen en de non-profit sector
In een
Het vrijwilligerswerk wordt geregeld door de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers in feitelijke verenigingen of private/publieke rechtspersonen zonder winstoogmerk.
Parlementslid Dirk Van der Maelen heeft dit voorjaar een parlementaire vraag gesteld omtrent het bestaan van regelgeving die bepaalt welke activiteiten ambtenaren mogen uitoefenen in het verenigingsleven.