VZW
De vereniging zonder winstoogmerk (VZW) wordt beheerst door de Wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen zoals gewijzigd door de Wet van 2 mei 2002.
I. kenmerken
Een vereniging zonder winstoogmerk (VZW) is een groep natuurlijke personen of rechtspersonen die een belangeloos doel nastreven. De VZW mag haar leden geen stoffelijk voordeel verschaffen. Het begrip voordeel moet op strikte wijze worden geïnterpreteerd. Het gaat om een rechtstreeks vermogensvoordeel, de rechtstreekse verdeling van geldbedragen, van roerende goederen, enz.
Dit is een belangrijk onderscheid met de handelsvennootschappen waarbij het wel de bedoeling is de vennoten te verrijken.
II. oprichting
Een VZW wordt opgericht ingevolge een overeenkomst tussen haar oprichters (de oprichtingsakte).
De oprichtingsakte kan onderhands of notarieel worden opgemaakt.
Een onderhandse oprichtingsakte dient in minstens 2 originele exemplaren te worden opgemaakt en ondertekend.
De oprichtingsakte moet volgende gegevens bevatten :
- Naam, voornaam en woonplaats van de stichters-natuurlijke personen en naam, adres van zetel en rechtsvorm van de stichters-rechtspersonen.
- Naam van de VZW
- Zetel van VZW en gerechtelijk arrondissement
- Minimum aantal leden (niet minder dan 3)
- Omschrijving doel
- Voorwaarden en formaliteiten voor toetreding en uittreding van leden
- Bevoegdheden algemene vergadering – wijze van bijeenroeping – wijze waarop beslissingen aan werkelijke leden en derden ter kennis worden gebracht
- Wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van bestuurders, van de personen die het orgaan van vertegenwoordiging vormen, van de personen belast met dagelijks bestuur, de omvang van hun bevoegdheden en de wijze waarop zij deze uitoefenen,
- Maximumbedrag van bijdragen
- Bestemming van vermogen ingeval van ontbinding
- Duur van VZW
Na ondertekening van de oprichtingsakte dient deze te worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de VZW haar zetel heeft met het oog op de publicatie in het Staatsblad. De stukken worden bewaard in het dossier van de VZW.
De VZW verwerft rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van neerlegging van de statuten en akten betreffende de benoemingen.
III. boekhoudkundige verplichtingen
a) onderscheid kleine VZW’s – grote VZW’s en heel grote VZW’s
De kleine VZW’s zijn deze die niet aan minstens twee van de criteria voor grote VZW’s beantwoorden.
De grote VZW’s zijn deze die beantwoorden aan minstens twee van de volgende criteria:
Het equivalent van 5 voltijdse werknemers;
250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
Balanstotaal van 1.000.000 euro.
De hele grote VZW’s zijn deze die meer dan (het equivalent van ) 100 voltijdse werknemers tewerkstellen alsook deze die beantwoorden aan minstens twee van volgende criteria:
Het equivalent van 50 voltijdse werknemers;
6.250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
Balanstotaal van 3.125.000 euro.
b) de kleine VZW’s
De kleine VZW’s mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren, hierin moeten enkel inkomsten en uitgaven worden verantwoord. Deze vereenvoudigde boekhouding moet worden opgemaakt aan de hand van de modellen A, B en C die zijn opgenomen in het KB van 26 juni 2003.
De mutaties in contant geld of op rekeningen moeten worden bijgehouden in een ongesplitst dagboek overeenkomstig model A. Het origineel van dit dagboek moet gedurende 7 jaar worden bewaard. De verantwoordingsstukken moeten eveneens gedurende 7 jaar worden bewaard, maar deze termijn wordt ingekort tot 3 jaar indien ze niet strekken tot bewijs ten aanzien van derden. De termijn begint te lopen op 1 januari van het jaar volgend op de afsluiting van het dagboek.
De staat van ontvangsten en uitgaven wordt opgesteld overeenkomstig model B. Hierin vinden we voor het afgesloten boekjaar de aard en het bedrag van de ontvangsten en uitgaven terug. Compensaties tussen ontvangsten en uitgaven zijn verboden.
De toelichting wordt overeenkomstig model C opgemaakt. Deze bevat een samenvatting van de waarderingsregels en de aanpassingen hieraan, bijkomende inlichtingen bij de staat van ontvangsten en uitgaven, een genormaliseerd minimaal schema van de staat van het vermogen en een overzicht van de belangrijke rechten en verplichtingen die niet in cijfers kunnen worden vertaald.
De Wet op Verenigingen en Stichtingen bepaalt de inhoud van de jaarrekening van de kleine stichtingen niet. Zij zijn dus vrij in het opstellen van hun jaarrekening, al spreekt het vanzelf dat deze een waarheidsgetrouwe weergave moet bevatten van de financiële toestand, en dat de daarin opgenomen cijfers correct moeten zijn. De jaarrekening moet worden neergelegd in het dossier dat wordt bijgehouden op de griffie van de Rechtbank van Koophandel.
c) de grote VZW’s
De grote VZW’s zijn verplicht een dubbele boekhouding te voeren naar analogie met de regels die ook gelden voor vennootschappen. Zij dienen hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank van België.
d) zeer grote VZW’s
De zeer grote VZW’s moeten aan dezelfde boekhoudkundige verplichtingen voldoen als de grote VZW’s. Zij zijn daarenboven verplicht een commissaris aan te stellen. Het controleverslag van de commissaris wordt neergelegd samen met de jaarrekening.