Stichting openbaar nut

I. Kenmerken

De stichting van openbaar nut is voorbehouden voor stichtingen die zijn “gericht op de verwezenlijking van een werk van filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard”.

II. oprichting

a) authentieke akte – inhoud

De stichting van openbaar nut wordt op straffe van nietigheid opgericht bij authentieke akte of bij testament bij openbare akte. In de statuten moeten verplicht een aantal vermeldingen worden opgenomen, met name:

  • Naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats van de stichters-natuurlijke personen, naam, adres en rechtsvorm van de stichters-rechtspersoon
  • de naam en de zetel;
  • de omschrijving van het doel en activiteiten ;
  • de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de bestuurders, van de personen gemachtigd om stichting te vertegenwoordigen en van personen aan wie dagelijks bestuur wordt toevertrouwd, omvang van hun bevoegdheid
  • de bestemming van het vermogen in geval van ontbinding;
  • de voorwaarden voor een statutenwijziging;
  • de wijze waarop belangenconflicten zullen worden opgelost.

b) erkenning KB

De oprichting van een stichting van openbaar nut vereist de goedkeuring van de statuten door een K.B. De stichting van openbaar nut verkrijgt rechtspersoonlijkheid op datum van het KB waarbij zij wordt erkend.

De private stichting en de stichting van openbaar nut zijn dus twee verschillende rechtsvormen en men kan dan ook niet zomaar overstappen van de ene naar de andere. Het is enkel via een bijzondere procedure mogelijk de private stichting om te zetten in een stichting van openbaar nut zonder verlies van rechtspersoonlijkheid. De omzetting van een stichting van openbaar nut naar een private stichting is niet mogelijk zonder verlies van rechtspersoonlijkheid.

c) openbaarmaking

De statuten, alsook de akten betreffende de benoeming van bestuurders, van personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, alsook van personen gemachtigd om de stichting te vertegenwoordigen en van de commissarissen, worden neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de zetel van de private stichting zich bevindt met het oog op de publicatie in het Staatsblad en bewaring in het dossier van de stichting.

III. Boekhoudkundige verplichtingen

a)onderscheid kleine stichtingen openbaar nut– grote stichtingen openbaar nut en heel grote stichtingen openbaar nut

De kleine stichtingen van openbaar nut zijn deze die niet tot de grote stichtingen behoren.
De grote stichtingen openbaar nut zijn deze die beantwoorden aan minstens twee van de volgende criteria:

  • het equivalent van 5 voltijdse werknemers;
  • 250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
  • Balanstotaal van 1.000.000 euro.

De zeer grote stichtingen openbaar nut zijn deze die meer dan (het equivalent van ) 100 voltijdse werknemers tewerkstellen alsook deze die beantwoorden aan minstens twee van volgende criteria:

  • Het equivalent van 50 voltijdse werknemers;
  • 6.250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
  • Balanstotaal van 3.125.000 euro.

b) de kleine stichtingen openbaar nut

De kleine stichtingen van openbaar nut mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren, hierin moeten enkel inkomsten en uitgaven worden verantwoord. Deze vereenvoudigde boekhouding moet worden opgemaakt aan de hand van de modellen A, B en C die zijn opgenomen in het KB van 26 juni 2003.

De mutaties in contant geld of op rekeningen moeten worden bijgehouden in een ongesplitst dagboek overeenkomstig model A. Het origineel van dit dagboek moet gedurende 7 jaar worden bewaard. De verantwoordingsstukken moeten eveneens gedurende 7 jaar worden bewaard, maar deze termijn wordt ingekort tot 3 jaar indien ze niet tot bewijs ten aanzien van derden strekken. De termijn begint te lopen op 1 januari van het jaar volgend op de afsluiting van het dagboek.

De staat van ontvangsten en uitgaven wordt opgesteld overeenkomstig model B. Hierin vinden we voor het afgesloten boekjaar de aard en het bedrag van de ontvangsten en uitgaven terug. Compensaties tussen ontvangsten en uitgaven zijn verboden.

De toelichting wordt overeenkomstig model C opgemaakt. Deze bevat een samenvatting van de waarderingsregels en de aanpassingen hieraan, bijkomende inlichtingen bij de staat van ontvangsten en uitgaven, een genormaliseerd minimaal schema van de staat van het vermogen en een overzicht van de belangrijke rechten en verplichtingen die niet in cijfers kunnen worden vertaald.

De Wet op Verenigingen en Stichtingen bepaalt de inhoud van de jaarrekening van de kleine stichtingen niet. Zij zijn dus vrij in het opstellen van hun jaarrekening, al spreekt het vanzelf dat deze een waarheidsgetrouwe weergave moet bevatten van de financiële toestand, en dat de daarin opgenomen cijfers correct moeten zijn. De jaarrekening moet worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel.

c) de grote stichtingen openbaar nut

De grote stichtingen openbaar nut zijn verplicht een dubbele boekhouding te voeren naar analogie met de regels die ook gelden voor vennootschappen. Zij dienen hun jaarrekening neer te leggen ter griffie van de Rechtbank van Koophandel, niet bij de Nationale Bank.

d) de zeer grote stichtingen openbaar nut

De zeer grote stichtingen openbaar nut moeten aan dezelfde boekhoudkundige verplichtingen voldoen als de grote stichtingen openbaar nut. Zij zijn daarenboven verplicht een commissaris aan te stellen. Het verslag van de commissaris dient evenwel niet te worden neergelegd.

Verder