Private Stichting
De private stichting is een bijzondere rechtsvorm die werd ingevoerd door de Wet van 2 mei 2002 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. Deze rechtsvorm werd geïnspireerd door het Nederlandse recht.
I. kenmerken
De stichting is een rechtspersoon zonder leden of vennoten, waarin één of meer personen een deel van hun vermogen onderbrengen met een belangeloos doel. De stichting mag geen stoffelijk voordeel verschaffen aan de stichters, de bestuurders, of enig ander persoon, behalve, in dit laatste geval, indien dit kadert in de verwezenlijking van het belangenloos doel.
De stichting is dus geen vereniging, zij staat naast VZW’s en de vennootschappen omdat zij geen leden of vennoten heeft. De private stichting staat als rechtspersoon los van haar stichter en leidt een eigen leven.
II. oprichting
a) authentieke akte – inhoud
De private stichting wordt op straffe van nietigheid opgericht bij authentieke akte of bij testament bij openbare akte. In de statuten moeten verplicht een aantal vermeldingen worden opgenomen, met name:
- Naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats van de stichters-natuurlijke personen, naam, adres en rechtsvorm van de stichters-rechtspersoon
- de naam en de zetel;
- de omschrijving van het doel en activiteiten ;
- de wijze van benoeming, ambtsbeëindiging en afzetting van de bestuurders, van de personen gemachtigd om stichting te vertegenwoordigen en van personen aan wie dagelijks bestuur wordt toevertrouwd, omvang van hun bevoegdheid
- de bestemming van het vermogen in geval van ontbinding;
- de voorwaarden voor een statutenwijziging;
- de wijze waarop belangenconflicten zullen worden opgelost.
b) openbaarmaking
Van zodra de authentieke akte tot oprichting van de private stichting is verleden, moeten de statuten openbaar worden gemaakt. De openbaarmaking gebeurt in twee geledingen.
De statuten, alsook de akten betreffende de benoeming van bestuurders, van personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, alsook van personen gemachtigd om de stichting te vertegenwoordigen en van de commissarissen, worden neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement waar de zetel van de private stichting zich bevindt. Vanaf dit ogenblik heeft de private stichting rechtspersoonlijkheid.
De statuten en hun wijzigingen, de akten betreffende de benoemingen, beslissingen betreffende ontbinding en vereffening moeten tevens worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
III. boekhoudkundige verplichtingen
a)onderscheid kleine private stichtingen – grote private stichtingen en heel grote private stichtingen
De kleine private stichtingen zijn deze die niet tot de grote stichtingen behoren.
De grote private stichtingen zijn deze die beantwoorden aan minstens twee van de volgende criteria:
het equivalent van 5 voltijdse werknemers;
250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
Balanstotaal van 1.000.000 euro.
De zeer grote private stichtingen zijn deze die meer dan (het equivalent van) 100 voltijdse werknemers tewerkstellen alsook deze die beantwoorden aan minstens twee van volgende criteria:
- Het equivalent van 50 voltijdse werknemers;
- 6.250.000 euro aan andere dan uitzonderlijke ontvangsten;
- Balanstotaal van 3.125.000 euro.
b) de kleine private stichtingen
De kleine private stichtingen mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren, hierin moeten enkel inkomsten en uitgaven worden verantwoord. Deze vereenvoudigde boekhouding moet worden opgemaakt aan de hand van de modellen A, B en C die zijn opgenomen in het KB van 26 juni 2003.
De mutaties in contant geld of op rekeningen moeten worden bijgehouden in een ongesplitst dagboek overeenkomstig model A. Het origineel van dit dagboek moet gedurende 7 jaar worden bewaard. De verantwoordingsstukken moeten eveneens gedurende 7 jaar worden bewaard, maar deze termijn wordt ingekort tot 3 jaar indien ze niet tot bewijs ten aanzien van derden strekken. De termijn begint te lopen op 1 januari van het jaar volgend op de afsluiting van het dagboek.
De staat van ontvangsten en uitgaven wordt opgesteld overeenkomstig model B. Hierin vinden we voor het afgesloten boekjaar de aard en het bedrag van de ontvangsten en uitgaven terug. Compensaties tussen ontvangsten en uitgaven zijn verboden.
De toelichting wordt overeenkomstig model C opgemaakt. Deze bevat een samenvatting van de waarderingsregels en de aanpassingen hieraan, bijkomende inlichtingen bij de staat van ontvangsten en uitgaven, een genormaliseerd minimaal schema van de staat van het vermogen en een overzicht van de belangrijke rechten en verplichtingen die niet in cijfers kunnen worden vertaald.
De Wet op Verenigingen en Stichtingen bepaalt de inhoud van de jaarrekening van de kleine stichtingen niet. Zij zijn dus vrij in het opstellen van hun jaarrekening, al spreekt het vanzelf dat deze een waarheidsgetrouwe weergave moet bevatten van de financiële toestand, en dat de daarin opgenomen cijfers correct moeten zijn. De jaarrekening moet worden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel.
c) de grote private stichtingen
De grote private stichtingen zijn verplicht een dubbele boekhouding te voeren naar analogie met de regels die ook gelden voor vennootschappen. Zij dienen dus hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank binnen de dertig dagen na de goedkeuring van deze jaarrekening door de Raad van Bestuur. Samen met de jaarrekening moet een stuk worden neergelegd met de naam en de voornaam van de bestuurders.
d) de zeer grote private stichtingen
De zeer grote private stichtingen moeten aan dezelfde boekhoudkundige verplichtingen voldoen als de grote private stichtingen. Zij zijn daarenboven verplicht een commissaris aan te stellen. Het verslag van de commissaris wordt samen met de jaarrekening neergelegd.