Fiscale duidelijkheid over onkostenvergoedingen aan vrijwilligers in sportverenigingen
Bij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.
Wanneer een sportvereniging (meer bepaald voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal) kiest voor de forfaitaire onkostenvergoeding, wordt zij geconfronteerd met twee regelingen die verschillende maxima oplegden. Tot voor kort heerste totale onduidelijkheid welke regeling toegepast diende te worden: de algemene regeling of de voor deze ploegsporten specifieke regeling (met in de meeste gevallen lagere maxima dan in de algemene regeling)?
De administratie heeft licht in de duisternis gebracht door in haar circulaire van 6 januari 2010 (AOIF nr. 2/2010) een duidelijk standpunt in te nemen.
Bij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.
Wanneer een sportvereniging (meer bepaald voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal) kiest voor de forfaitaire onkostenvergoeding, wordt zij geconfronteerd met twee regelingen die verschillende maxima oplegden. Tot voor kort heerste totale onduidelijkheid welke regeling toegepast diende te worden: de algemene regeling of de voor deze ploegsporten specifieke regeling (met in de meeste gevallen lagere maxima dan in de algemene regeling)?
De administratie heeft licht in de duisternis gebracht door in haar circulaire van 6 januari 2010 (AOIF nr. 2/2010) een duidelijk standpunt in te nemen.
Bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing voor buitenlandse artiesten (inhoudingsplicht van 18 %) bestaat de mogelijkheid tot aftrek van “produktiekosten”.
In een
Er wordt aanvaard dat de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend aan ‘onbaatzuchtige’ vrijwilligers in de sport, socio- en culturele sector, binnen bepaalde grenzen, werkelijke kosten dekken en aldus belastingvrij zijn.
“Waregem Koerse”, het society-evenement bij uitstek van Zuid-West-Vlaanderen en de “place to be” voor de echte paardenliefhebber, is recent in het ‘fiscale’ nieuws gekomen. Blijkbaar heeft de belastingcontroleur van de achterliggende VZW zich vragen gesteld bij het fiscaal karakter van deze VZW met als doel “promotie van de paardensport”.
De afwezigheid van ‘winstoogmerk’ vormt het essentiële kenmerk van een VZW. Een VZW wordt opgericht met een belangeloos doel, zij streeft geen winst na voor haar leden.