Kan een vzw een handelshuurovereenkomst afsluiten?
Wanneer een vzw een gebouw of een deel ervan huurt, dan gaat het normaal gezien niet om een handelshuur, maar om een huurovereenkomst naar ‘gemeen recht’. Dit wil zeggen dat het “gemene huurrecht” van toepassing is op een huurovereenkomst voor onroerende goederen die niet onder een bijzondere huurregeling vallen.
Volgende bijzondere huurregimes zijn wettelijk voorzien naast de gemeenrechtelijke huur:
* de woninghuur (voor de huur van een gezinswoning)
* de handelshuur (voor de huur van een ruimte dienstig voor kleinhandel/ambacht)
* de landpacht (voor de verhuur aan een landbouwer voor de uitbating van zijn bedrijf)
Behalve wanneer uitdrukkelijk tussen partijen bedongen is in de overeenkomst tussen een verhuurder en een huurder-vzw, dat op de huur van het goed de regels van de handelshuur van toepassing zullen zijn, zal de huur feitelijk altijd onder het “gemeen recht” vallen. De redenen hiervan en vooreerst ook het belang van de kwalificatie worden hierna toegelicht.
Wanneer een vzw een gebouw of een deel ervan huurt, dan gaat het normaal gezien niet om een handelshuur, maar om een huurovereenkomst naar ‘gemeen recht’. Dit wil zeggen dat het “gemene huurrecht” van toepassing is op een huurovereenkomst voor onroerende goederen die niet onder een bijzondere huurregeling vallen.
Volgende bijzondere huurregimes zijn wettelijk voorzien naast de gemeenrechtelijke huur:
* de woninghuur (voor de huur van een gezinswoning)
* de handelshuur (voor de huur van een ruimte dienstig voor kleinhandel/ambacht)
* de landpacht (voor de verhuur aan een landbouwer voor de uitbating van zijn bedrijf)
Behalve wanneer uitdrukkelijk tussen partijen bedongen is in de overeenkomst tussen een verhuurder en een huurder-vzw, dat op de huur van het goed de regels van de handelshuur van toepassing zullen zijn, zal de huur feitelijk altijd onder het “gemeen recht” vallen. De redenen hiervan en vooreerst ook het belang van de kwalificatie worden hierna toegelicht.
De raad van bestuur maakt samen met de jaarrekening ook steeds een begroting op voor het komende boekjaar.
De VZW-wet heeft ter bescherming van de leden een aantal rechten van de leden van de vereniging zonder winstoogmerk vastgelegd.
De raad van bestuur moet jaarlijks, ten laatste binnen 6 maanden na afsluiting van het boekjaar de jaarrekening van het voorbije jaar en de begroting voor het volgend jaar ter goedkeuring aan de algemene vergadering voorleggen.
Vaak wordt de vraag gesteld of aan het oprichten van een VZW enig risico verbonden is en of de leden van de VZW aansprakelijk zijn ?
De Wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie (II) (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 januari 2010) introduceert een nieuwe Titel IIIbis “Inbreng om niet van een algemeenheid of van een bedrijfstak” in de VZW-Wet.
Een internationale vereniging zonder winstoogmerk, afgekort IVZW, is de vorm bij uitstek voor de vereniging die een belangrijke internationale werking ontplooit.
In samenwerking met dé opleidingspecialist voor openbare besturen en de non-profit sector
De VZW-wetgeving voorziet- anders dan bij vennootschappen – niet in de mogelijkheid van ‘coöptatie’ van een bestuurder door de Raad van Bestuur. Bij een coöptatie kunnen de overblijvende bestuurders – wanneer een bestuursmandaat openvalt – voorlopig in de benoeming van een bestuurder voorzien, benoeming die dan dient bekrachtigd te worden op de eerstvolgende algemene vergadering.
Parlementslid Dirk Van der Maelen heeft dit voorjaar een parlementaire vraag gesteld omtrent het bestaan van regelgeving die bepaalt welke activiteiten ambtenaren mogen uitoefenen in het verenigingsleven.