Fiscale duidelijkheid over onkostenvergoedingen aan vrijwilligers in sportverenigingen

voetbalBij de onkostenvergoeding voor vrijwilligers kunnen VZW’s kiezen tussen twee mogelijkheden: (i) de terugbetaling van de werkelijk gemaakte onkosten of (ii) een forfaitaire onkostenvergoeding die aan wettelijke grenzen is onderworpen.

Wanneer een sportvereniging (meer bepaald voetbal, volleybal, basketbal, hockey en handbal) kiest voor de forfaitaire onkostenvergoeding, wordt zij geconfronteerd met twee regelingen die verschillende maxima oplegden. Tot voor kort heerste totale onduidelijkheid welke regeling toegepast diende te worden: de algemene regeling of de voor deze ploegsporten specifieke regeling (met in de meeste gevallen lagere maxima dan in de algemene regeling)?

De administratie heeft licht in de duisternis gebracht door in haar circulaire van 6 januari 2010 (AOIF nr. 2/2010) een duidelijk standpunt in te nemen.

De regel is dat de algemene regeling (maximum 30,22 euro per dag en maximum 1.208,72 euro per jaar) niet geldt indien er een andere specifieke fiscale regeling bestaat.

De administratie verduidelijkt nu evenwel dat deze regel in het voordeel van de vrijwilliger moet worden geïnterpreteerd. In concreto betekent dit dat een vrijwilliger de algemene regeling mag toepassen, zelfs wanneer een specieke regeling bestaat, indien deze algemene regeling voor hem voordeliger is.

De vrijwilliger dient wel degelijk de keuze te maken en kan dus niet de algemene regeling combineren met de specifieke regeling.

Hij is bovendien gebonden door zijn keuze voor dezelfde activiteit gedurende dezelfde belastbare periode. Dit betekent dat hij voor zijn activiteiten in de voetbalvereniging wel een andere regeling kan kiezen dan voor zijn activiteiten in de basketbalvereniging.

Belangrijk is dat de keuze individueel door de vrijwilliger kan worden gemaakt en dat de vereniging dus niet voor alle vrijwilligers dezelfde regeling dient toe te passen.

Tags: , , , , , ,

Laat je reactie achter