Kan de raad van bestuur in de voorlopige vervanging van een bestuurder voorzien wanneer een bestuursmandaat openvalt ?
De VZW-wetgeving voorziet- anders dan bij vennootschappen – niet in de mogelijkheid van ‘coöptatie’ van een bestuurder door de Raad van Bestuur. Bij een coöptatie kunnen de overblijvende bestuurders – wanneer een bestuursmandaat openvalt – voorlopig in de benoeming van een bestuurder voorzien, benoeming die dan dient bekrachtigd te worden op de eerstvolgende algemene vergadering.
Clausules in de statuten van een VZW waarbij een dergelijk coöptatierecht verleend wordt aan de raad van bestuur, zijn ook ongeldig.
Komt een mandaat te vervallen dan zal noodzakelijk de algemene vergadering dienen bijeengeroepen te worden om in de vervanging van de bestuurder te voorzien. De benoeming van bestuurders behoort immers tot de exclusieve bevoegdheid van de algemene vergadering. (art.4.2° VZW-wet)
De VZW-wetgeving voorziet- anders dan bij vennootschappen – niet in de mogelijkheid van ‘coöptatie’ van een bestuurder door de Raad van Bestuur. Bij een coöptatie kunnen de overblijvende bestuurders – wanneer een bestuursmandaat openvalt – voorlopig in de benoeming van een bestuurder voorzien, benoeming die dan dient bekrachtigd te worden op de eerstvolgende algemene vergadering.
Clausules in de statuten van een VZW waarbij een dergelijk coöptatierecht verleend wordt aan de raad van bestuur, zijn ook ongeldig.
Komt een mandaat te vervallen dan zal noodzakelijk de algemene vergadering dienen bijeengeroepen te worden om in de vervanging van de bestuurder te voorzien. De benoeming van bestuurders behoort immers tot de exclusieve bevoegdheid van de algemene vergadering. (art.4.2° VZW-wet)
Het vrijwilligerswerk wordt geregeld door de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers in feitelijke verenigingen of private/publieke rechtspersonen zonder winstoogmerk.
Parlementslid Dirk Van der Maelen heeft dit voorjaar een parlementaire vraag gesteld omtrent het bestaan van regelgeving die bepaalt welke activiteiten ambtenaren mogen uitoefenen in het verenigingsleven.